Roadtrip door Queensland, Australië
Roadtrip Queensland – eindelijk naar Australië!
We gaan bijna vertrekken, en geloof het of niet: deze zomer niet naar Italië, maar een roadtrip door Queensland, Australië!
Australië stond al jaren op José’s bucketlist. Dertig jaar lang vloog ze de hele wereld over met KLM, maar juist daar kwam ze nooit. Tijd om dat recht te zetten! Mario was minder enthousiast over zo’n verre reis – 24 uur onderweg is niet zijn idee van avontuur. Maar met wat charme-offensief (en een paar compromissen) is het tóch gelukt.
De camper hebben we laten varen, Mario zag het al helemaal misgaan in zo’n rijdend huis. Dus het wordt een vijf weken durende autorondreis. En wat hebben we er zin in! Dit heb ik de afgelopen dagen wel 30 keer gezegd,haha.
Nog één week…
De koffers liggen al op zolder te roepen. Een paar maanden geleden dacht ik nog: vijf weken weg, is dat niet te lang? Maar nu telt het af: heerlijk even écht weg! Alleen het inpakken… dat blijft een ding. Mario pakt binnen vijf minuten een trolley en een rugzak in, maar bij mij groeit de stapel elke dag een beetje meer. Van luchtige jurkjes tot vestjes, fijne truitjes, wat sjieks voor een etentje, een stapel boeken en natuurlijk de melkschuimer voor mijn cappuccino.
Het klimaat in Queensland is zacht: winterzon met soms een frisse avondbries. Dus laagjes is het codewoord.
Wat moet je regelen?
Niet veel eigenlijk! Een visum vraag je online aan, en voor de huurauto is een internationaal rijbewijs nodig. En ja, links rijden. Ook dat wordt een avontuur op zich.
*Tip, koop een eSIM voor je telefoon. Dit is een digitale bundel zodat je overal 5G hebt. Deze wordt automatisch geactiveerd wanneer je aankomt. *Ook een must is een creditcard want onze Nederlandse bankpas werkt hier niet.
*Vergeet trouwens niet een stekker voor Australië.
*Heb jij nog leuke tips of verborgen pareltjes die bij deze reis passen? Deel ze gerust in de comments hieronder!
3 augustus- 2025. We zijn klaar voor het onbekende. Australië, here we come! 🦘🌏
Waarom Queensland?
Australië is gigantisch – je hebt er jaren voor nodig om alles te zien. Dus moesten we kiezen. Tja als echte Cookingqueen wil je natuurlijk naar het land van de queens. In augustus is het daar winter, maar in Queensland juist heerlijk zacht. Niet te warm, niet te koud: perfect om lekker veel buiten te zijn en op ontdekkingstocht te gaan. En het is er nu nét iets rustiger dan anders. Klinkt als het perfecte startpunt, toch?
Let’s go “Down Under”?

Australië wordt vaak “Down Under” genoemd omdat het letterlijk onderaan de wereldkaart ligt – op het zuidelijk halfrond. Vanuit Europa gezien reis je dus naar “beneden”, oftewel naar het zuiden van de aarde.
De term komt uit de Britse tijd, toen Australië nog een verre, onbekende kolonie was “all the way down under the world”. En ja, het klinkt ook gewoon avontuurlijk en een tikje mysterieus – precies zoals Australië is!
Business Class 2.0 met Emirates: een droomstart naar Sydney
Onze reis naar de andere kant van de wereld begon al als een feestje. Vliegen met Emirates stond al lang op mijn bucketlist – en als ex-stewardess móést ik natuurlijk een keer in de A380 stappen. En dat deden we, in stijl: business class. Vanaf het moment dat de taxi ons thuis ophaalde tot aan de landing in Sydney was het pure verwennerij.
Warme nootjes, een zacht matras, een joggingpak voor lange vluchten en zelfs slippers: het voelde als een luxe pyjamaparty op 10.000 meter hoogte. De Boeing 777 bracht ons eerst naar Dubai, daarna vlogen we met de imposante A380 verder. Als ervaringsdeskundige kan ik zeggen: dit is business class zoals je het nog nooit hebt meegemaakt. Emirates tilt comfort écht naar een hoger niveau.


En hoe leuk: ze maken gewoon een polaroid van je aan boord – zo’n extraatje waar je meteen van gaat glimlachen.”
Na een reis van meer dan dertig uur – ja, echt – zetten we eindelijk voet op Australische bodem. De vlucht was verrassend comfortabel, maar slapen lukte nauwelijks. Hooguit vijf uurtjes dommelen tussen de maaltijden en films door. Maar dan… vlak voor de landing, terwijl de zon langzaam zakt en de lucht een gouden gloed krijgt, verschijnt daar plots het iconische Opera House onder ons. Wat een moment!
Tot onze verbazing zijn de koffers razendsnel op de band en staat de shuttle naar het hotel al op ons te wachten. Alles verloopt soepel – bijna té soepel na zo’n lange reis. En dan is het ineens echt: we zijn in Australië. Aan de andere kant van de wereld.
Ons hotel is een schot in de roos. Het QT Hotel is een geweldig boetiekhotel midden in het bruisende hart van de stad. Stijlvol, sfeervol en met een warm welkom bij binnenkomst. Eindelijk zijn we op de kamer, uitgeput maar intens gelukkig. Het besef dat we veilig zijn aangekomen én dat we echt in Sydney zijn, maakt me even stil.
Zo ver van huis en toch voelt het meteen bijzonder. Misschien is het de jetlag, misschien de ontlading na zo’n lange reis… maar ik moet er van huilen. Wat een begin van ons avontuur.


Het hotel is een oude cinema en heeft een eigenaardig interieur. De handjes bij de kamerdeur zijn zelfs een beetje eng!🤭
Tijd voor een verfrissende douche – de enige manier om niet meteen in een comateuze jetlag-slaap te vallen. En eerlijk gezegd, na zo lang stilzitten in een vliegtuig is het ook wel weer eens tijd om wat stappen te zetten. Dus hop, naar buiten. Zonder plan, gewoon de straat in, op zoek naar iets lekkers.
We dwalen een beetje door de stad, nog een tikje verdwaasd, en ineens kijken we elkaar aan: dit voelt niet als Sydney… dit voelt als Azië. Ramen met Chinese tekens, dampende eettentjes, rood-gouden lantaarns boven de straat – jawel, we zijn per ongeluk midden in Chinatown beland. En laat dat nou net níet zijn waar we vandaag zin in hebben, haha.
We keren terug naar het hotel, licht wiebelig van vermoeidheid en met rammelende magen. Gelukkig blijkt het restaurant daar een verborgen pareltje. De menukaart lonkt, de sfeer is precies goed, en dat bordje verse pasta – goddelijk. De eerste fles Australische wijn erbij maakt het helemaal af.
De eerste nacht slapen in Sydney? Tja… laten we zeggen: dat was nog niet bepaald een succes. Helemaal gesloopt doken we ons bed in, maar na amper vier uur klaarwakker. En wat je ook probeert – omdraaien, meditatie, schaapjes tellen – de slaap kwam niet meer terug. Aan het bed kon het niet liggen want deze valt in categorie: fantastisch! Nog wat liggen doezelen, dat wel, maar écht uitgerust? Niet echt.
Om half tien besluiten we maar gewoon op te staan. Tijd om aan deze nieuwe dag te beginnen, ondanks het slaapgebrek. Het tijdsverschil van acht uur hakt er toch behoorlijk in.
Grappig eigenlijk: ik ben vijf jaar geleden gestopt met mijn werk als stewardess, en als er íets is dat ik sindsdien totaal niet heb gemist… dan is het wel dat eeuwige gehannes met tijdzones en jetlags. En jawel hoor, daar zitten we weer. Ach, hopelijk vannacht beter.
Maar goed, genoeg geklaagd. Hoppakee, op naar buiten – op jacht naar een stevig ontbijtje. Want als je niet kunt slapen, kun je maar beter lekker gaan eten, toch?
Het ontbijt was een succes, maar wat misschien nog wel fijner is: het weer. Na weken van regen – want blijkbaar heeft het hier de afgelopen drie weken vrijwel elke dag geregend, is het nu ineens stralend. Vandaag en morgen rond de twintig graden, blauwe lucht en een heerlijk zonnetje. De weergoden zijn duidelijk met ons.
We trekken onze wandelschoenen aan, nemen voor de zekerheid een trui en een jack mee, maar die kunnen na een half uurtje alweer de tas in. De zon wint het, en Sydney laat zich van haar beste kant zien. Wat een geluk!


Op onze laatste reserves – maar met een grote glimlach – genoten we van een fantastische dag in Sydney. We begonnen met een rustige wandeling door Hyde Park, slenterden daarna verder door de prachtige Royal Botanic Gardens en volgden het pad langs het water van Woolloomooloo Bay. Uiteindelijk kwamen we uit bij hét uitzichtpunt dat ons door het hotel werd aangeraden: volgens hen het allermooiste plekje om het Opera House te bewonderen. En eerlijk? We geloven het meteen. Op dat moment maakten we een foto met ons op de voorgrond en achter ons het iconische Opera House én de Harbour Bridge. Het voelde onwerkelijk om daar te staan, zeker na een reis van ruim dertig uur. Gekkenwerk, maar zó de moeite waard!
Vanaf het uitzichtpunt lopen we door naar de haven, waar we de ferry nemen richting Watsons Bay. Een absolute aanrader trouwens, want Sydney vanaf het water zien is iets wat je écht niet mag missen – en eerlijk is eerlijk, bijna elke toerist doet het ook. Bij aankomst in Watsons Bay kiezen we voor een klassieke lunch: fish and chips, want dat is hier dé lokale favoriet. Simpel, lekker en helemaal passend bij de sfeer van de dag.
Wat ons opvalt aan Sydney, is hoe de stad een bijzondere mix van invloeden ademt. Aan de ene kant voel je nog duidelijk de Britse roots. In 1788 werd Sydney namelijk de eerste Europese nederzetting in Australië, gesticht door de Britten. Die koloniale erfenis zie je vandaag de dag nog steeds terug in de statige gebouwen, de verzorgde tuinen, het links rijden en zelfs in de opbouw van de stad.
Tegelijkertijd doet Sydney ons op sommige momenten denken aan New York. Het heeft diezelfde mix van hoge gebouwen, brede straten en grootstedelijke flair – maar dan zonder de gele taxi’s én zonder de constante drukte. Misschien is het die relaxte Australische mentaliteit die alles net wat luchtiger maakt. Een wereldstad, maar dan met zon op je gezicht, een briesje vanaf het water en de oceaan altijd op steenworp afstand.


Na onze lunch in Watsons Bay besloten we de lokale bus te nemen richting Bondi Beach – het walhalla voor surfers en zonliefhebbers. Hier hangt zo’n relaxte sfeer, met zand tussen je tenen, surfers in het water en backpackers op elke straathoek. Vanuit Bondi start ook de bekende Coastal Walk, een adembenemende wandeling langs de kliffen, met uitzicht op de ruige kustlijn en helderblauwe zee. Een absolute aanrader voor iedereen die Sydney van zijn mooiste kant wil zien.
Na de hike hadden we weinig puf meer om opnieuw het openbaar vervoer te trotseren, dus kozen we voor gemak: een Uber bracht ons comfortabel terug naar hartje Sydney.
Tip: het openbaar vervoer in Sydney is trouwens verrassend goedkoop en goed geregeld. Inchecken doe je eenvoudig met je creditcard – fysiek of digitaal. Reis je met z’n tweeën en heb je maar één kaart? Laat dan één persoon met de kaart inchecken, en de ander met de digitale versie op de telefoon. Werkt perfect!




s Avonds sluiten we de dag af bij De Vine Food & Wine, een sfeervolle plek waar we onszelf trakteren op een goede borrelplank en een lekkere pasta. Precies wat we nodig hadden na zo’n volle dag vol indrukken. Daarna rollen we letterlijk ons bed in, helemaal op.
De jetlag doet nog even gezellig mee: na vier uurtjes slaap worden we allebei klaarwakker… om vier uur ’s ochtends. Gelukkig vallen we na wat woelen toch nog even in slaap, en met in totaal zeven uur slaap achter de kiezen, voelt de wereld bij het opstaan alweer een stuk helderder. Op naar een nieuwe dag in Sydney!
Gelukkig ging de wekker, anders hadden we zó een gat in de dag geslapen. Rond het middaguur struinen we eindelijk door de straten van Sydney, op zoek naar een laat ontbijtje. Wat een fijne stad is dit – alles is prima te voet te doen. We wandelen richting Darling Harbour, waar het leven bruist. Langs het water zitten locals in de zon met koffie en lunch, en wij schuiven vrolijk aan met een croissantje en cappuccino. Vergeet zeker niet door Walsh Bay te slenteren – de oude werf is omgetoverd tot een stijlvolle mix van historie en moderne charme. Oja ook nog even een cheapy zonnebril gekocht, want de mijne ligt waarschijnlijk nog thuis- zucht…




De Harbour Bridge moest natuurlijk nog even belopen worden – dat uitzicht over de baai is echt de moeite waard. Je kunt de brug trouwens ook beklimmen voor een nóg spectaculairder uitzicht, maar die tour duurt zo’n 3,5 uur. Leuk voor een volgende keer, nu hadden we daar echt geen tijd (of zin) voor.




’s Middags pakken we de ferry naar Manly Beach – op zich al een belevenis, met uitzicht op de skyline en de iconische Opera House vanaf het water. Eenmaal aan de overkant voelt alles meteen relaxter: een laidback surfvibe, knusse boetiekjes, fish & chips op de boulevard en wandelroutes langs indrukwekkende kliffen. Manly is het rustige, minder toeristische broertje van Bondi, maar minstens zo mooi. Vooral de wandeling langs de ruige kustlijn is echt een aanrader.


Van Sydney naar Cairns: links rijden en nieuwe avonturen
Na drie nachtjes in Sydney – een soort opwarmertje voor de échte reis – was het tijd om koers te zetten naar het tropische noorden. De wekker ging pijnlijk vroeg om 06:00 uur, want onze binnenlandse vlucht met Qantas naar Cairns stond gepland. Een vlucht van zo’n drie uur, maar met ogen die nog half in Sydney lagen en lichamen die hun jetlag net begonnen te verwerken, voelde het als een kleine wereldreis.
Samen met de Uber gingen we op pad naar de luchthaven. Gelukkig is Sydney Domestic een overzichtelijk vliegveld, geen chaos of lange wachtrijen – voor we het goed en wel beseften stonden we al buiten in de tropische warmte van Queensland. Daar wachtte onze huurauto op ons: een stoere Toyota die klaarstond voor het grote avontuur.
Maar… nu begon het échte werk: links rijden. Voor het eerst in ons leven. En dat in een nieuwe stad, met onbekende verkeersborden en – jawel – rotondes die de verkeerde kant opdraaien.
Wonder boven wonder ging het allemaal prima. De eerste rit naar ons appartement – een uurtje rijden – verliep eigenlijk verrassend soepel. De rotondes? Geen probleem. We voelden ons zowaar echte locals. Nou ja, op één klein momentje na, toen we een afslag iets te enthousiast pakten en ineens een auto recht op ons af zagen komen. Oeps. Snel weer naar links. Lachend kwamen we veilig aan.
En zo begon ons Queensland-avontuur. De jetlag langzaam achter ons gelaten, de zon op onze huid, en een nieuwe omgeving om te ontdekken – dit is het echte begin van de reis.
Port Douglas: bubbels, borrels en een kamer met een verrassing
Voor deze reis kozen we vooral voor appartementen met een keukentje en een wasmachine – lekker praktisch. Het Regal Resort in Port Douglas past daar precies in. En surprise: er zit ook nog een jacuzzi bij! Vanavond dus bubbelen onder de sterren.
Het resort ligt midden in het centrum van dit levendige, kleine kuststadje. De haven én het strand – Four Mile Beach – liggen op wandelafstand. Na het inchecken lopen we meteen even naar de Coles supermarkt om ontbijt en borrelspullen te scoren. Het is handig om een koelkastje met koelelement te kopen. Voor de gin en het koude bier moeten we naar de bottleshop, want alcohol in de supermarkt? Vergeet het maar hier.
Terug in het resort zorgt Mario nog voor een komisch moment: hij opent kamer 30B, terwijl wij in 30A zitten. Sta je toch even gek te kijken als er twee voeten op een bed liggen dat niet van jou is. Blijkbaar passen beide sleutels op beide deuren… we hebben zó gelachen.
’s Avonds eten we dichtbij, bij Rattle n Hum. We hebben afgesproken om om en om te kiezen waar we eten – anders belanden we elke avond bij een Italiaan of steakhouse (Mario dus). Je bestelt hier aan de counter en krijgt zo’n buzzer mee. Mario koos steak, ik ging voor een salade. Simpel, gezellig en precies goed.
Wanneer je Queensland zegt, zeg je Great Barrier Reef – en dat is precies waar we voor komen. Dit iconische rif is het grootste koraalrif ter wereld, zo groot dat het zelfs vanuit de ruimte te zien is. Het strekt zich uit over meer dan 2.300 kilometer langs de noordoostkust van Australië en bestaat uit duizenden eilanden, koraalriffen en kleurrijke lagunes.
Een onderwaterwereld vol tropische vissen, schildpadden, zeesterren en natuurlijk het levendige koraal zelf. Het is een van de zeven natuurwereldwonderen en een absolute must-see voor iedereen die Queensland bezoekt. Snorkelend of duikend – dit is pure magie onder water.


Snorkelen in het Great Barrier Reef: een dag om nooit te vergeten
Vandaag waren we de hele dag onder de pannen – maar dan wel op de allerbeste manier. We boekten een tour bij Sailaway en gingen een volle dag de zee op, richting het wereldberoemde Great Barrier Reef om het met eigen ogen te bewonderen.
Gehezen in een wetsuit, met flippers aan onze voeten en een duikbril op ons hoofd, doken we letterlijk een andere wereld in. Dankzij de extra drijvende slang konden we relaxed blijven snorkelen, ook als de golven wat speelser werden. En wat we zagen… wauw.




Felgekleurde vissen in alle vormen en maten, een gigantische schildpad die rustig voorbij gleed en zelfs een haai (gelukkig een onschuldige soort, maar toch even slikken). En dan dat koraal: zo veel kleuren, structuren en vormen dat we ons bleven verbazen. Dingen waarvan we niet eens wisten dat ze bestonden. Het voelde alsof we midden in een natuurdocumentaire zwommen.
Tussen het snorkelen door genoten we van een lekkere lunch aan boord en maakten we leuke praatjes met medereizigers van over de hele wereld. Iedereen zat vol adrenaline en verwondering – alsof we samen iets magisch hadden meegemaakt.
Terug op het vaste land vierden we deze topdag met een borrel bij Barbados, een fijne bar aan het water. Springrolls, Aperol Spritz en een uitzicht op de zonsondergang. En ja hoor: zelfs dat hebben ze hier. Wat een land.


Vanavond belandden we bij de The Mexican, José mocht kiezen, dus Mario’s plan voor steak ging de koelkast in. We genoten van frisse tonijnceviche en een toren nacho’s die me meteen terugbracht naar mijn KLM crew borrels na de vlucht in Amerika. Zelfs Mario at zijn vingers erbij op.


Vandaag begonnen we in het centrum van Port Douglas met een lekker koffietje in het klaar voor een flinke wandeling. Als je hier bent, móét je natuurlijk 4 Miles Beach lopen – genoemd naar de achternaam van een van de eerste Britse bewoners in dit gebied. Het is officieel winter, maar met 24 graden, zon en een zacht briesje voelt het allesbehalve kil. Het strand was heerlijk rustig, waardoor we alle tijd hadden om om ons heen te kijken en kleine details te ontdekken. Wat direct opviel, waren de ware kunstwerken in het zand: talloze kleine, perfect ronde balletjes, keurig in stralen rondom een holletje gelegd. Ze worden gemaakt door piepkleine zandbubbeltkrabbetjes, die elk hapje zand filteren op voedsel en het daarna als een keurig bolletje naast zich neerleggen.


Na ruim anderhalf uur lopen begon de trek toe te slaan. Jo had al gelezen over een leuk bistrootje in de buurt, dus dat werd ons doel. Aangekomen bleek het echter uitgestorven en totaal niet uitnodigend om er neer te strijken. Dan maar door naar het eerstvolgende eetadres, dat het Ramada Hotel bleek te zijn. Waarom ook niet? Hotels hebben vaak een prima lunchkaart. Binnen stapten we een compleet andere wereld in: rond het zwembad lagen uitsluitend senioren te zonnen. Mijn reisgenoot, nooit te beroerd voor een grapje merkte droog op dat het hier vast niet de kinderen zijn die in het zwembad plassen.
We besloten toch te blijven en ik ging voor mijn eerste burger van de vakantie – en die smaakte werkelijk fantastisch. De bingo sloegen we over! Na de lunch liepen we niet via binnenwegen terug, maar kozen dezelfde route als heen, zodat we nog één keer dat prachtige strand konden zien. Thuisgekomen wachtte er een compliment van mijn stappenteller: maar liefst 15 kilometer op de teller. Een dag vol zon, zee, grappige momenten en kleine wondertjes in het zand.


Laatste avond in Port Douglas en nog één keer heerlijk gegeten, gewoon om de hoek. Wederom met een gezellig team van jonge mensen in de bediening. Het valt ons op hoe vaak dit hier het geval is: veel jongeren komen naar Australië om te reizen, en werken tussendoor in restaurants om hun avontuur te bekostigen. Gisteren raakten we aan de praat met Juliëtte, vandaag Emilie uit Bordeaux – allebei even enthousiast en vol verhalen over hun reis.
Port Douglas zelf is een sfeervol en levendig kustplaatsje waar je je direct thuis voelt. Het zit vol met hippe koffietentjes en restaurants waar je iedere dag iets nieuws kunt proberen. Winkelen kan hier ook prima, al was dat voor ons deze keer geen optie: de koffer zit al vol.


Aussie Tip: In Australië gaan mensen vroeg aan tafel. Rond zessen aanschuiven is heel normaal, want de keuken sluit vaak rond negen uur. In Port Douglas is het slim om te reserveren, tenzij je pas rond acht uur komt. En let op de dag: vrijdagavond bruist het hier met live bandjes en muziek op elke hoek, terwijl het zaterdagavond verrassend stil was en de straten rond tien uur al leeg waren.
Na een paar dagen aan zee lonkte het noorden, richting het tropische regenwoud van Daintree. Dit is niet zomaar een bos: het is een van de oudste regenwouden ter wereld, UNESCO Werelderfgoed, en uniek omdat het direct overgaat in zandstrand en zee. Vanuit Port Douglas is het anderhalf uur rijden, maar na drie kwartier bereik je de Daintree River. Daar wacht de ferry – een kort tochtje van tien minuten, maar wel met een stevig prijskaartje van $51.




Aan de overkant duiken we direct de groene wereld in. De weg slingert door dicht tropisch woud waar vogels zingen en vlinders fladderen. Misschien spot je zelfs een cassowary. Nog eens drie kwartier later arriveren we bij Cape Trib Farm: een kleinschalige plek met vijf charmante minihuisjes, elk met een eigen buitenplek waar je kunt koken en heerlijk relaxen. Cape Trib Farm staat bekend om zijn fruit, en dat is niet overdreven. Overal om ons heen groeien exotische soorten waarvan ik de helft nog nooit heb gezien, laat staan geproefd. Alles wordt hier ecologisch verbouwd, met respect voor de natuur en het regenwoud eromheen.
Na de uitleg van onze hosts rijden we meteen naar de supermarkt voor wat boodschappen en iets lekkers.




Aussie Tip: Als je zelf wilt koken, doe je boodschappen dan vóórdat je het regenwoud inrijdt. Hier in Daintree is het aanbod beperkt – wij vonden een prima pasta met saus, maar verwacht geen volle schappen.
En dan is daar Cape Tribulation. Waar regenwoud en oceaan elkaar ontmoeten, lijkt de wereld even stil te staan. Palmbomen reiken tot in het zand, de zee glinstert in het zonlicht en het geluid van de golven mengt zich met het ritselen van het woud. Het is afgelegen, puur en magisch – alsof je op het uiterste puntje van de wereld bent beland.
Cape Tribulation betekent letterlijk “Kaap van Tegenspoed”.
De naam werd in 1770 gegeven door kapitein James Cook, toen hij met zijn schip de Endeavour langs de kust voer. Hij liep hier vast op het rif en had behoorlijk wat problemen om weer los te komen. In zijn logboek noteerde hij dat “hier mijn problemen begonnen” – en die uitspraak gaf de kaap haar sombere naam.
Grappig genoeg is het nu juist een plek die reizigers associëren met paradijsstranden en tropische schoonheid, in plaats van tegenspoed




De nacht in ons hutje was toch wat onrustig – het regenwoud leeft, en dat hoor je. Zodra de eerste vogels beginnen te ontbijten, zijn wij ook wakker. Gelukkig staat de koelkast vol lekkers voor ons eigen ontbijt: vers fruit, toast en een dampende kop koffie om de dag goed te beginnen.
We stappen in de auto voor de Dubuji Boardwalk, een gemakkelijke wandeling dwars door het regenwoud. De houten paden slingeren tussen de bomen en mangroves door, en we speuren naar inheemse dieren, vlinders en zelfs de mysterieuze tree kangaroo. Opmerkelijk genoeg horen of zien we geen enkele vogel – geen gefluit, geen gekwetter. Alleen het zachte geruis van de bladeren en het kraken van takjes onder onze voeten.
Daarna rijden we helemaal tot het uiterste punt van Cape Tribulation. Verder kan niet, want hier begint het ruige deel van de weg, met rotsen waar je alleen met een 4WD overheen kunt. Onze Toyota laten we liever heel, dus keren we rustig om.
Lunchen doen we bij Cape Tribulation Beach, met uitzicht op het punt waar regenwoud en oceaan elkaar raken. Als afsluiter maken we nog de Kulki Rainforest Walk, een korte wandeling die eindigt op een prachtig, verlaten strand.
In Daintree is zwemmen geen goed idee: zoutwaterkrokodillen glijden vanaf de kust zo de beekjes van het regenwoud in, en de beruchte stingers – kwallen met onzichtbare lange tentakels – kunnen levensgevaarlijk zijn. Wij hebben ze gelukkig niet gespot, maar wie wil, kan meegaan op een van de toeristische boottripjes om deze wilde bewoners van dichtbij te zien.
Rond vier uur zijn we weer terug in ons hutje, klaar voor een ontspannen namiddag tussen de tropische geluiden.




Australië op z’n mooist: van Daintree River naar Crater Lakes
Na een heerlijke nacht en een fijn ontbijtje pakken we onze spullen weer in. Vandaag staat er een flinke reisdag op het programma: van Daintree, met de ferry over de Daintree River, helemaal naar het indrukwekkende Crater Lakes Forest. Ons einddoel? De Atherton Tablelands, een regio die beroemd is om zijn kratermeren, watervallen en eindeloze vergezichten. We zijn razend nieuwsgierig naar wat ons te wachten staat.
Op aanraden van onze host nemen we vanaf Port Douglas de kustroute richting Cairns. En eerlijk? Wat een droomweg! De hele rit slingert zich langs de oceaan, met uitzicht op blauw water, ruige rotsen en stranden die lijken te lonken om even te stoppen. Australië blijft ons verbazen met zijn grootsheid en pure schoonheid.
Rond lunchtijd begint onze maag te knorren, dus maken we een tussenstop bij Ellis Beach Bar & Grill. Perfecte locatie met uitzicht op zee. Zoals het hier vaak gaat, bestel je aan de bar, krijg je een buzzer en komt het eten daarna vers op tafel. Ik kies voor taco’s met brisket beef, mijn reisgenoot voor een flinke burger. Het smaakt fantastisch – precies de brandstof die we nodig hebben voor de rest van de dag.


Onderweg doen we nog snel wat boodschappen bij Woolworths, een supermarkt die nóg groter lijkt dan de Coles. Het avondeten wordt simpel maar lekker: verse ravioli met een borrelplankje erbij.
Tegen zonsondergang bereiken we ons verblijf: de Crater Lakes Rainforest Cottages. Zoals de naam al verraadt, liggen de huisjes midden in het regenwoud. En regen… dat krijgen we meteen, want zodra we aankomen, druppelt het gestaag naar beneden. Tja, dat hoort erbij – en stiekem heeft het wel wat. Onze host vertelt enthousiast over alle dieren die hier rondlopen en geeft zelfs vogelvoer mee om kleurrijke gevederde bezoekers te lokken.
Binnen weten we niet waar we eerst moeten kijken: een volledig ingerichte keuken, televisie, een jacuzzi in de badkamer (die lijkt hier in elke accommodatie te staan) en een gezellige veranda met voederplekjes. Voor nu kiezen we voor warmte: de houtkachel aan, een dekentje erbij… en gewoon genieten van de stilte in het donkerste regenwoud dat we ooit hebben meegemaakt.


Ik kon het toch niet laten om iets lekkers op de veranda te leggen – gewoon uit pure nieuwsgierigheid. Wie zou er als eerste op af komen? Terwijl de regen zachtjes tikt op het dak, tuur ik naar buiten. Het blijft even stil, maar dan verschijnt er ineens een schattige, gestreepte buideleekhoorn, voorzichtig snuffelend aan het voer. Niet veel later hopt er ook nog een muskuskangaroerat voorbij. Geen spectaculaire stoet van exotische dieren, maar wél twee bijzondere, onverwachte avondgasten die onze eerste nacht in het regenwoud extra speciaal maken.
De nacht heeft ons getrakteerd op een flinke regenbui, maar gelukkig is het ’s ochtends droog. Op de veranda staat al een mand vol lekkers voor het ontbijt klaar. We zijn echte slaapkoppen vandaag, dus het wordt een laat begin van de dag. Terwijl we rustig aan onze koffie nippen, ontvouwt zich vlak voor ons een verborgen wereld. Op nog geen paar meter afstand lopen boomkangoeroes nonchalant voorbij, terwijl kleurrijke, exotische vogels neerstrijken om wat van het voer te pikken.
En dan… het hoogtepunt. Daar verschijnt hij: de cassowary. We hadden er al dagen op gehoopt, en eindelijk is hij er – groot, statig en met een nieuwsgierige blik. Hij blijft opvallend lang rond onze veranda scharrelen, alsof hij ons net zo interessant vindt als wij hem.




In eerste instantie lijkt hij bijna lief, maar dat beeld verandert snel wanneer ik met mijn was naar het washok loop. Plots draait hij zich om en komt recht op me af. Mijn hart slaat even over, en ik weet niet hoe snel ik me achter de deur moet verstoppen. Achteraf kan ik er hard om lachen – maar op dat moment voelde het als een spannende confrontatie met een oerbewoner van het regenwoud.
Het gebied hier is zó uitgestrekt dat we vandaag keuzes moeten maken. We besluiten er een “watervallencircuit” van te maken, want in deze regio liggen er tientallen, elk met hun eigen charme. Onze eerste stop is echter geen waterval, maar de beroemde Curtain Fig Tree. Deze gigantische boom vormt met zijn wortels en takken een soort natuurlijk gordijn – een spectaculair gezicht dat je echt zelf moet zien om te geloven.


Daarna rijden we door naar Yungaburra, het grootste plaatsje in de omgeving. Hier zoeken we even uit hoe we bij het Afghanistan Memorial komen. We vinden het uiteindelijk, maar eerlijk gezegd raakt het ons minder dan we hadden verwacht.
Wat ons wél betovert zijn de watervallen zelf. We beginnen bij de Malanda Falls, een brede, rustige waterval die omringd wordt door tropisch groen. Daarna rijden we naar misschien wel de beroemdste van allemaal: de Millaa Millaa Falls, een perfecte hoge waterval die zo uit een reisbrochure lijkt te komen. Als afsluiter bezoeken we de Ellinjaa Falls, waar het water in meerdere trappen naar beneden klettert over donkere rotsen. Als echte toeristen trotseren we zelfs de regen om op de rotsen te klimmen voor een foto – natte kleren, maar een hoop plezier.




Tegen de tijd dat onze magen beginnen te knorren, is de lunch allang voorbij. Eten vinden blijkt hier nog best een uitdaging. Terug in Yungaburra belanden we bij de lokale FoodWorks-supermarkt – klein, maar met verrassend veel verse en lekkere producten. We slaan in voor het diner en besluiten lekker in ons huisje te koken: een borrelplank met brie en bruschetta, een frisse tonijnsalade en verse ravioli.
Buiten tikt de regen weer tegen de ramen, binnen knappert het haardvuur. Met een glas rode wijn in de hand kijken we elkaar aan: meer heeft een mens toch eigenlijk niet nodig.
Van Atherton Tablelands naar Mission Beach
Na twee nachten in het binnenland is het tijd om verder te trekken, met een langere rit voor de boeg. Maar eerst móeten we een stop maken bij Lake Barrine Teahouse, hoog op ons lijstje en gisteren net gemist omdat ze om drie uur al sluiten. Dit charmante theehuis ligt direct aan het meer, met een uitzicht dat bijna te mooi is om echt te zijn. En natuurlijk… de scones. Iedereen had ons al verteld dat dit dé plek is voor de lekkerste scones van de Atherton Tablelands, dus dat moesten we zelf proeven. Met een volle en tevreden maag rollen we weer de auto in, klaar voor de kronkelende weg richting kust. Handig dat we al wat gegeten hadden, want met al die bochten wil je liever niet met een lege maag rijden.




Onderweg besluiten we nog een korte omweg te maken naar Josephine Falls. We dachten even “nog een watervalletje”, maar dit bleek een parel van formaat. Kristalhelder water dat zich trapsgewijs naar beneden stort, met glijbanen van gladde rotsen waar je letterlijk vanaf kunt roetsjen. Had iemand ons dat van tevoren verteld, dan hadden we zeker zwemspullen ingepakt. Maar ach, alleen al kijken naar de mensen die van de rotsen naar beneden gleden was al fantastisch.


Als de middag vordert, begint de trek te komen. Langs de route is weinig keus, dus stoppen we bij een schimmig tentje waar ze pies verkopen. Laten we zeggen: niet bepaald een culinaire hoogvlieger. Maar goed, soms hoort dat ook bij reizen. En we weten: de volgende stop brengt vast weer een smakelijke verrassing.
Na een kronkelige rit komen we aan in Mission Beach en daar wacht ons weer zo’n onverwachte verrassing: Licuala Lodge. Zodra we de oprijlaan inrijden voelt het alsof we een oase van rust binnenstappen. Een weelderige tropische tuin, vol fladderende vlinders en vrolijke vogeltjes, vormt het decor van ons verblijf. Onze kamer heeft een heerlijk zitje buiten, perfect om gewoon even weg te zakken en te luisteren naar het gekwetter om je heen. De lodge wordt gerund door John en Guillem, die ons met zoveel enthousiasme ontvangen dat je je meteen thuis voelt.




Na de mislukte lunchsnack van onderweg zijn we wel toe aan iets bijzonders. Gelukkig tipt men ons The Elandra Hotel, een stijlvol hotel met een restaurant dat zijn reputatie meer dan waarmaakt. Luxe zonder stijf te zijn, met gerechten waar je simpelweg blij van wordt. We genieten zo enorm dat we ter plekke besluiten om meteen voor de volgende avond weer een tafel te reserveren. Soms moet je gewoon meegaan met het moment, en dit was er zo eentje.
Ontbijt tot negen uur klinkt best relaxed, maar voor Mario – geen uitgesproken ochtendmens – blijft het toch altijd een kleine race tegen de klok. Om kwart voor negen schuiven we alsnog aan, net op tijd. Ik ben meestal al eerder wakker, dus voor mij geen probleem.
Mission Beach staat voor ons helemaal in het teken van strandwandelingen, boeken lezen en simpelweg relaxen. En dat is meer dan gelukt. Elke dag tikken we ruim tienduizend stappen aan terwijl we de mooiste hoekjes ontdekken. Een absolute aanrader onderweg is een koffietje of lunch bij Bingil Bay Cafe. Zo’n gezellig plekje met een hippe vibe, een tikkeltje Ibiza-sfeer en precies de goede energie om de dag te starten of even te pauzeren.


Ook de lunchplekjes stelden hier niet teleur. Bij het Wyndham Hotel genoten we van een tafeltje aan zee met uitzicht dat nooit verveelt. Het eten was heerlijk, maar vooral de ijskoude smoothies waren echt een traktatie op een warme dag.


Wat Mission Beach misschien nog het leukste maakt, is hoe makkelijk je hier in contact komt met mensen. Zo zagen we op een middag een stel met een strijkplank op het strand. Nieuwsgierig als we zijn, liepen we ernaartoe. Bleek dat hij samen met een zijn vrouw hun vangst van de dag – “catch of the day” – stond te meten. Twee haaien en twee Spotted mackerels, gevangen vanuit een klein bootje. Het tafereel was hilarisch én bijzonder tegelijk. Toen hij ons aansprak, bleek dat zijn ouders uit Limburg kwamen en hij zelfs nog een paar zinnen Nederlands sprak. Hoe klein kan de wereld zijn? Ze boden ons nog een stuk verse haai aan, maar dat aanbod hebben we vriendelijk afgeslagen.


Twee heerlijke dagen zitten erop en Mission Beach heeft ons echt betoverd. De stranden hier vervelen nooit: elke keer dat je je voeten in het zand zet, lijkt het uitzicht weer net een beetje anders, maar altijd even indrukwekkend. Brede zandstroken, palmbomen die zachtjes wiegen in de wind en de oceaan die steeds weer uitnodigt om dichterbij te komen. We hebben gewandeld, genoten, gelachen en vooral gevoeld dat dit precies is waar vakantie om draait.




“Op weg naar de Whitsundays: eindeloze wegen, Hungry Jack’s en kangoeroes”
De rit van Mission Beach naar de Whitsundays klinkt op papier als een simpele tocht van zo’n 500 kilometer, maar in de praktijk zijn we er ruim zeven uur mee zoet. De weg slingert nauwelijks, het is vooral eindeloos rechtdoor, en toch voelt het geen moment saai. Wat ons meteen opvalt: op zondag is hier bijna alles dicht. Voor een koffiestop belanden we uiteindelijk bij Hungry Jack’s – de Australische tegenhanger van McDonald’s – maar eerlijk gezegd is dat geen aanrader. Dus besluiten we even later toch voor de klassieker te gaan: een Big Mac bij de Mac. Lekker voor dat moment, al weten we stiekem dat we er een uurtje later spijt van krijgen.
Hoe verder we rijden, hoe warmer het wordt. Het landschap verandert zichtbaar: droog, dor en stoffig. Hier en daar doemen kleine suikerrietfabriekjes op, en na de oogst zie je de treintjes volgeladen met suiker de velden uit rollen – een bijzonder gezicht. Ondertussen krijgen we vaak de vraag of we kangoeroes zien. Ja, helaas… maar vooral langs de kant van de weg, doodgereden. Iedere keer wanneer we er eentje zien liggen, voel ik een knoop in mijn maag. Het hoort erbij, maar toch doet het pijn.


Whitsundays – paradijs met witte stranden en een verjaardag vol verrassingen
Na onze aankomst in Airlie Beach voelt het meteen alsof we in een ansichtkaart zijn beland. Dit keer hebben we een ruim appartement met alles erop en eraan – ideaal om even te landen. Koken slaan we deze dagen maar over; het plan is lekker uit eten en genieten. De wasmachine draait alvast zijn eerste rondje, terwijl de helft van de koffer nog onaangeroerd blijft liggen. Zoals altijd weer veel te veel meegenomen…
We wandelen meteen naar de haven en worden begroet door het uitzicht op luxe jachten die zachtjes deinen op het turquoise water. De Whitsundays – letterlijk door James Cook ooit benoemd als Pinksterdag – zijn adembenemend mooi. We reserveren een tafeltje bij Sorrento, want zonder reservering is er ’s avonds geen plekje meer te krijgen. Daarna ploffen we neer voor een drankje, terwijl de zon langzaam achter de horizon verdwijnt. Ons diner voelt extra bijzonder door de jonge Nederlandse ober die ons een prachtig plekje bezorgt. Met vuurwerk op de achtergrond sluiten we de avond in stijl af.
En dan is het 18 augustus: Mario’s verjaardag! Geen groot cadeau dit jaar, maar wel een tas met een krokodil erop, een golfhanddoekje in hetzelfde thema én een blikje tonijn – ons favoriete snackje, dus perfect als knipoog. De enige kaart die ik hier kon vinden droeg de tekst “I smell old people”. Laten we zeggen: humor met een Australische twist.


De dag zelf belooft één groot feest te worden, want we stappen vroeg in de ochtend aan boord bij Camira Sailing Adventure Day cruise. Om 7:45 uur verzamelen, een catamaran met 74 passagiers… eerst denk je: veel mensen, maar eenmaal aan boord voelt het ruim en relaxed. Alles is perfect georganiseerd: snacks na het snorkelen, een uitgebreide BBQ-lunch en daarna een wandeling over Whitehaven Beach, bekend om zijn poederwitte zand en steevast in de top 10 van mooiste stranden ter wereld.




Alsof dat nog niet genoeg was, krijgen we onderweg een extra cadeautje van de natuur: walvissen die vlak langs de boot zwemmen. Magisch! Terwijl Mario trots bij het zeil staat, kan ik het niet laten om de crew te verklappen dat hij jarig is. Dat heeft hij geweten… hij werd volledig in de schijnwerpers gezet, precies zoals hij het stiekem graag heeft. I’ll Tell You What!


Na een volle dag op zee keren we rond zes uur terug in Airlie Beach. Snel douchen en dan door naar een sjiek restaurant met een droomlocatie. Het eten is goed, al niet uitzonderlijk, maar de wijn – een Italiaanse topper dit keer – maakt alles goed. De Australische flessen laten we even links liggen, die hebben we de laatste dagen meer dan genoeg gehad.


De Whitsundays hebben ons betoverd: van witte stranden tot walvissen, van een verjaardag vol verrassingen tot culinaire avonden met uitzicht. Dit paradijs hoort zonder twijfel in de boeken.
Op weg naar een Tiny House in Yeppoon
Na een paar heerlijke dagen in de Whitsundays stappen we weer in de auto. We dachten een rit van 200 kilometer voor de boeg te hebben, maar het blijkt ruim 500 kilometer te zijn – tja, dat hoort bij reizen door Australië. Gelukkig starten we de dag relaxed met een koffietje in het hart van Airlie Beach bij Wisdom cafe voordat we koers zetten naar het zuiden.

Van witte stranden naar eco-leven op een boerderij: Australië blijft ons verrassen, elke dag weer.
Onze volgende stop: een Tiny House op High Valley Dawn Permaculture Farm bij Yeppoon. Alleen de naam klinkt al bijzonder. Alles draait hier om biologisch eten, duurzaamheid en leven in harmonie met de natuur. Zelfs het toilet is een composttoilet – iets waar we best benieuwd naar zijn – not! haha.


Van witte stranden naar eco-leven op een boerderij: Australië blijft ons verrassen, elke dag weer.
Ons tiny house blijkt keurig, fris en gloednieuw, maar het staat wel een beetje kaal op een heuveltje zonder bomen of groen eromheen. Sober dus, maar prima voor een nacht. We koken iets simpels en duiken vroeg ons bed in – allebei behoorlijk moe van de lange rit.
Yeppoon ligt aan de prachtige Capricorn Coast, een kustlijn vol lange zandstranden, turquoise zee en uitzicht op de tropische Keppel Islands. Het stadje zelf heeft een relaxte sfeer met een boulevard vol koffietentjes en een haven waar je meteen het eilandgevoel te pakken hebt.
Op korte rijafstand vind je de indrukwekkende Capricorn Caves: kalksteengrotten die miljoenen jaren oud zijn, met mysterieuze gangen en een natuurlijke kathedraal waar de akoestiek zo bijzonder is dat er zelfs concerten worden gehouden. Helaas hadden we geen tijd om deze te bezoeken.
Het eerste wat we doen na een snel ontbijtje: op zoek naar een goede cappuccino. En ja hoor, bij het haventje vinden we precies wat we nodig hebben. Aan de haven vinden we een leuk tentje met de geur van versgemalen koffie, uitzicht op het water en een beetje ochtendzon – zo mag elke dag beginnen.
Met nieuwe energie stappen we in de auto voor de scenic route. Niet ver van Yeppoon ligt Bluff Point Lookout, een wandelroute die je trakteert op misschien wel de mooiste uitzichten van de hele Capricorn Coast. Vanaf de top kijk je uit over de kustlijn, de eilanden voor de kust en met een beetje geluk zie je vanuit de hoogte schildpadden en dolfijnen in het water beneden. Het pad is maar een paar kilometer lang en goed te doen, maar voelt als een echte beloning dankzij die panoramische vergezichten. Helaas geen turtles gezien..




Voor de lunch belanden we op de boulevard bij Lure living en ik zweer het je: die taco met garnalen was misschien wel de lekkerste die ik ooit gegeten heb. Soms heb je gewoon zin in iets fris en gezonds, en dit was precies zo’n moment.


Daarna snel door naar de Yeppoon golf club, waar we gisteren al even poolshoogte namen. Alles bleek te regelen: golfsets te huur, een buggy mee, en dat alles voor slechts A$ 120 – omgerekend zo’n € 72 voor twee personen, 18 holes inclusief buggy. Daar kan je in Europa amper een greenfee voor krijgen.
Mario kon het natuurlijk niet laten om te grappen: je hebt poen als je in Yeppoon kunt spelen. Op Instagram kwam die grap beter over, maar toch – de sfeer zat er goed in.


Wat deze baan zo bijzonder maakt, is niet alleen het spelen zelf, maar de onverwachte ‘mede-golfers’. Terwijl we een paar holes afwerken, liggen er ineens kangoeroes heel relaxed midden op de baan. Alsof ze daar gewoon thuishoren, en eigenlijk doen ze dat natuurlijk ook. Je kunt bijna naast ze gaan zitten. Het voelt een beetje gek om over de baan te slaan met zulke dieren vlakbij, maar blijkbaar gaat dat altijd goed.


Na de ronde schuiven we nog even aan in het clubhuis voor een biertje en een klein hapje. Dan terug naar ons tiny house, waar de avond al vroeg valt. Rond zes uur is het hier pikkedonker, en eerlijk gezegd is dat het perfecte excuus om lekker binnen te blijven, nagenietend van zo’n dag die voelt als een mix van avontuur, ontspanning en een beetje Australische magie.
“Hervey Bay & K’Gari: oog in oog met walvissen”
Potsiedosie, wat een rit weer! We gingen er heel naïef vanuit dat we in een kleine twee uurtjes op onze volgende bestemming zouden staan, maar de routekaart fluisterde ons iets heel anders toe: vijf uur. Vijf hele uren over de eindeloze Bruce Highway, de A1 die maar blijft strekken. En toch, ergens heeft zo’n lange rit ook wel wat — raampjes open, playlist down under en onderweg gewoon even stoppen voor een picknick bij een speeltuintje. Geen vette burger dit keer, maar een vers broodje met kaas en flinterdunne ham uit de supermarkt. Braaf, maar eerlijk is eerlijk: minstens zo lekker als fastfood en een stuk gezelliger.
Na die kilometerslange snelweg rolde Hervey Bay eindelijk voor ons uit. Direct door naar onze B&B, waar we hartelijk werden ontvangen door onze host Jonathan. Het huis mag misschien geen schoonheidsprijs winnen — een beetje rommelig en gehorig zelfs — maar zijn vriendelijkheid maakt alles goed. Om half zeven ’s ochtends stond er al een compleet ontbijt voor ons klaar, speciaal voor onze dagtrip naar K’Gari.


En wat een dag werd dat! Om zes uur rinkelde de wekker, en een uur later werden we opgehaald. Nog voor half acht voeren we de zee op, recht richting K’Gari, dat tot een paar jaar geleden beter bekend stond als Fraser Island. Met Tasman Adventure scheurden we niet alleen over het water, maar maakten we ook stops op het eiland zelf. Denk aan wandelen over spierwitte, verlaten stranden, klimmen door duinen en kajakken in kraakheldere zoetwaterbeekjes. Maar het echte hoogtepunt? De walvissen.




We zagen er zó veel, en niet in de verte maar van dichtbij. Die reuzen kwamen nieuwsgierig richting de boot. En alsof dat nog niet bijzonder genoeg was, mochten we zelfs het water in. Dus daar dreven we, snorkel op, oog in oog met walvissen op amper twee meter afstand. Adembenemend, indrukwekkend, en stiekem ook wel een beetje spannend. Een moment dat in je geheugen gegrift staat.




’s Avonds sloten we de dag in stijl af bij Banksia Seafood & Grill met een wagyu beef die we zonder twijfel bestempelen als “de beste ooit”.


Een lange rit, een bijzonder avontuur op K’Gari, walvissen van dichtbij én afsluiten met de kids aan de lijn — dit was zonder twijfel een dag om nooit te vergeten.
Wennen aan links rijden in Australië 🚗🇦🇺
Na drie weken Down Under zijn we al aardig gewend aan het links rijden, al sluipt er af en toe nog een foutje in. Ook willen we beide regelmatig aan de verkeerde kant van de auto instappen. Rotondes gaan prima en Mario voelt zich inmiddels een volleerd chauffeur, maar bij een snelle u-turn kregen we toch een geïrriteerd gebaar van een medeweggebruiker. Het blijft grappig om te merken dat de relaxte Aussies achter het stuur soms ineens wat minder geduldig blijken te zijn. Ook leuk: tanken is hier een feestje, want de benzine is super goedkoop (€0,90 per liter)en het gaat net als in Nederland – eerst tanken en daarna rustig binnen afrekenen.


Na drie weken rondreizen voelt vier nachten in Noosa bijna als een vakantie binnen de vakantie. Even niet inpakken, geen lange ritten, maar gewoon landen op één plek – en wat voor plek! Onze rit van Hervey Bay naar Noosa was maar twee uurtjes en voor we het wisten reden we de Sunshine Coast binnen. En die naam doet z’n eer aan, want de zon liet zich meteen volop zien.
We verblijven in een heerlijk huis bij The Retreat Beach Houses, op nog geen 500 meter van de kust. Beneden slapen, boven wonen, en vanaf onze veranda kijken we zó uit op zee. Elke avond vallen we in slaap met het ruizen van de golven en worden we er ook weer mee wakker. Ontspanning op z’n best.
Ons ritme is hier verrassend eenvoudig: om 22.00 uur liggen we moe maar voldaan in bed, om 07.00 uur fris weer wakker. Overdag wandelen we veel, ontdekken de plaatsjes, lunchen we uitgebreid en ’s avonds zijn we helemaal gelukkig met een salade of wat cheese & crackers. Simpel leven, maar precies goed.


Gisteren stond er golf op het programma bij de Noosa Golf Club. Een mooie baan, compleet met kangoeroes onderweg – al haalden de prijs en de duur van de ronde het niet bij Yeppoon. Na vijf uur(!) waren we erdoorheen en reden we direct door naar Noosa Heads voor een lunch bij Bistro C aan het strand. Wat een heerlijke plek! Al is ons advies: ga er niet op zondag naartoe, tenzij je héél vroeg bent, want het is er razend druk en parkeren is een sport op zich.
Noosa voelt voor ons nu al als een van die plekken waar je veel langer zou willen blijven. 🌊✨
Laatste dagje in Noosa en wát hebben we genoten! We starten de ochtend rustig met een kom yoghurt en granola – inmiddels hebben we onze ultieme gezonde versie gevonden – en een stukje toast met een gekookt eitje. Simpel, maar genoeg brandstof voor de dag.
We rijden richting Noosa Heads om de beroemde Coastal Walk in het Noosa National Park te lopen. Een kleine tien kilometer vol waanzinnige uitzichten, grillige rotsformaties en natuur waar je mond van openvalt. Natuurlijk zie je er de surf dudes op hun boards, altijd leuk om naar te kijken. Wat een sport trouwens: na elke rit terug peddelen om opnieuw die perfecte golf te pakken. Onderweg passeren we Dolphin Point – maar geen dolfijn te bekennen – en ook de beloofde koala’s lieten zich niet zien. Ach, dat hoort bij de charme.




Na zo’n vijf kilometer bereiken we Hell’s Gate. De naam klinkt dreigend, maar de beloning is juist prachtig: indrukwekkende rotsen die ooit simpelweg uit opgehoopt zand zijn ontstaan. Echt een plek waar je even stil van wordt.


Daarna vinden we dat we een beloning verdiend hebben. Bij Sails, een van die zeldzaam luxe tentjes direct aan het strand genieten we van een fles Aix Rosé, verse tonijnsushi, waanzinnige garnalenlinguini en als afsluiter een goddelijke chocolade Pavlova. Tja, wie doet je wat?
De middag brengen we door in strandstoeltjes, in bikini met een boek in de hand. Eigenlijk de eerste keer deze vakantie. Drie uur ultiem relaxen, al laten we het water dit keer voor wat het is – véél te koud. Logisch, het is tenslotte winter in Australië.
Noosa zelf voelt trouwens een beetje als het Saint-Tropez van Queensland, inclusief de prijzen. Mondain, stijlvol en met een oudere generatie die er tiptop uitziet: zonnebril op, make-up perfect, kleding om jaloers op te worden. Ons huisje stond in Peregian Beach, een rustiger plekje vlakbij met net zulke leuke winkels en restaurants. Absoluut een aanrader als je ooit hierheen gaat.
“Paradijs in de heuvels: ons verblijf bij Hillcrest Mountain Vieuw Retreat in Upper Crystal Creek”
Na een rit van drie uur richting Upper Crystal Creek reden we een half uur het binnenland in, en opeens leek het alsof we in een compleet nieuwe wereld waren beland. Onderweg maakten we nog een korte stop in Surfers Paradise.




Dat kustplaatsje had ik niet zo verrassend groot en bruisend verwacht. Met de hoge torenflats die oprijzen langs de kust en het water dat ertussen door slingert, deed het bijna denken aan een tropisch stukje Miami. We pakten er een snelle lunch mee – niet spectaculair, maar wél met uitzicht – en vervolgden daarna onze weg naar onze bestemming: Hillcrest Mountain Vieuw Retreat.


En wat een paradijs bleek dat! Op een heuveltop met panoramische vergezichten, stilte die alleen onderbroken werd door vogelgezang en het zachte geloei van koeien. De eerste indruk was al geweldig, maar het hele verblijf overtrof werkelijk alles. Een dikke shout-out naar Paul en Craig, die deze plek met zoveel liefde runnen. Het interieur straalt warmte en sfeer uit, tot in de kleinste details, en we voelden ons direct welkom.
Paul verwelkomde ons alsof we oude vrienden waren, en tot onze vreugde bleek hij ook nog eens een geweldige chef. ’s Avonds schoven we aan voor een heerlijke maaltijd, zonder dat we ons huisje nog uit hoefden – pure verwennerij. We sliepen als rozen en werden de volgende ochtend wakker met een uitgebreid ontbijt. Verse croque monsieur, een glas Hillcrest Sunrise-sap en een uitzicht dat je bijna stil kreeg. Met nieuwe energie trokken we daarna de omgeving in om dit verborgen stukje paradijs verder te ontdekken.


Onderweg naar nieuwe ontdekkingen schakelen we de navigatie in, want er schijnt hier in de buurt een plek te liggen die bijna sprookjesachtig mooi is: de Natural Bridge. Binnen een half uurtje rijden komen we aan en begint een korte hike die ons naar een wonder brengt dat alleen de natuur zelf kan creëren. Terwijl we langs het pad wandelen en het zachte geruis van water al horen, realiseren we ons weer hoe ongelooflijk het is wat de tand des tijds kan vormen. Die eeuwenlange samenwerking van steen, water en licht heeft hier een plek gecreëerd waar je alleen maar stil van wordt.




Wanneer je hier door het landschap rijdt, merk je pas hoe immens groot en leeg dit deel van Australië is. Soms zitten we een half uur in de auto zonder ook maar een enkel huis te zien. Geen drukke snelwegen, geen rijen woonwijken – alleen uitgestrekte natuur die eindeloos voor je lijkt uit te rollen. Af en toe duikt er een piepklein dorpje op, vaak niet meer dan een handvol huizen, een oude pub en misschien een postkantoor dat meer weg heeft van een huiskamer dan van een officieel gebouw.


Na zoveel natuurpracht hebben we trek gekregen en gelukkig hadden we van onze host een tip meegekregen: Flutterbies Cottage Cafe. Paul hield geheim wat het precies was, hij vond dat we het zelf moesten ervaren. En wat een verrassing toen we daar binnenstapten! Flutterbies – een kinderlijke manier om butterflies te zeggen – blijkt echt de juiste naam, want we kwamen in een wereld terecht die voelt als een vlinder die je meeneemt naar een sprookje.


Kleine winkeltjes, ieder met hun eigen thema, vormen samen een charmant doolhof vol Engelse sfeer. Overal zijn hoekjes en nisjes waar je kunt zitten, alsof iemand een decor uit een film heeft neergezet. Het ene moment waan je je in een theesalon uit een oud Victoriaans dorp, het andere moment in een tuinhuisje vol bloemen. Een kind zou hier nooit meer weg willen, en wij eerlijk gezegd ook niet.




We besloten de lunch nog even uit te stellen, maar een kop koffie met een stuk taart konden we natuurlijk niet weerstaan. De Nonna’s appeltaart bleek een gigantisch stuk geluk op een bordje. Gelukkig dat we het deelden, want anders waren we rollend naar buiten gegaan. En ja, eerlijk is eerlijk: we waren zo inhalig dat we ons bijna letterlijk verbrandden aan die eerste happen. Maar dat mocht de pret niet drukken – integendeel, het maakte ons bezoek juist nog memorabeler.
Flutterbies voelde als een klein geheimpje dat je het liefst voor jezelf bewaart, maar tegelijk zo mooi dat je het iedereen gunt. Mocht je ooit in deze regio zijn: ga er niet zomaar aan voorbij, maar plan er zelfs een omweg voor in. Want soms zijn dit precies de plekken waar je je voor heel even in een droomwereld waant.
Na een dag vol indrukken voelt het heerlijk om ’s avonds weer terug te keren naar onze B&B, waar we opnieuw werden verwend met een diner dat in niets onderdeed voor een goed restaurant. De warmte van de gastvrijheid en de smaak van het eten maken dat je je hier echt thuis voelt, zelfs ver weg van huis.
De volgende ochtend werden we wakker met het vooruitzicht van een ontbijt dat minstens zo bijzonder zou zijn. Dit keer koos ik niet voor hartig, maar liet ik me verleiden door iets zoets: bananenbrood. En niet zomaar bananenbrood – ons favoriete comfortfood stond op het menu. Al bij de eerste hap wist ik dat dit de juiste keuze was. Luchtig, smeuïg, licht zoet en met die typische geur die je meteen terugbrengt naar warme keukens en goede herinneringen.
Zo enthousiast als ik was, kon ik het niet laten om direct het recept te vragen. Gelukkig kreeg ik het mee, want dit wil ik thuis ook kunnen maken. Binnenkort staat er dus een stukje Australië op de website: het bananenbrood dat ons hier helemaal heeft veroverd. Een smaakvol souvenir dat langer meegaat dan de reis zelf.


“Byron Bay: vuurtoren, walvissen en een onverwacht hoogtepunt onderweg naar Tenterfield”
We zijn inmiddels bijna vier weken onderweg en eerlijk gezegd verbaast het me dat we elkaar nog steeds niet de tent hebben uitgevochten. Blijkbaar kunnen we dus prima 24/7 samen zijn – en dat is toch wel een fijne ontdekking. Vandaag staat Tenterfield op de planning, al moet ik bekennen dat ik nog geen idee heb wat daar de highlights zijn. Maar voordat we die kant op gaan, maken we eerst een stop in Byron Bay.
Die naam klinkt ons allebei bekend in de oren, alsof we er al eens over gehoord hebben, en dus verwachten we dat er wel iets leuks te vinden is. Het blijkt inderdaad een surfplaatsje te zijn, vol met hippies en jonge mensen die met hun boards het water in trekken. Het strand hebben we inmiddels wel vaak genoeg gezien, dus we slaan dat dit keer over en rijden direct door naar de vuurtoren.


Die toren staat op het hoogste punt en is absoluut de moeite waard om te bewonderen. Kleine tip: parkeer niet helemaal bovenaan, want daar betaal je al snel tien dollar en vaak is het ook nog eens vol. Een paar honderd meter eerder parkeren is veel slimmer – goedkoper én net zo makkelijk.


Het allerleukste daarboven? De walvissen. Vanaf de vuurtoren zie je ze met regelmaat langs de kustlijn zwemmen. Het zijn bultrugwalvissen die een ongelooflijke reis maken: ze vertrekken vanuit het ijskoude water van Antarctica en zwemmen duizenden kilometers naar het warme noorden van Australië om hun kalfjes te krijgen. Daar hebben de jongen de tijd om sterk te worden, voordat ze samen met hun moeder de lange tocht van wel 1.200 kilometer per etappe terugmaken richting de rijke voedselwateren van het zuiden. Elke keer dat ik zo’n kolossaal dier voorbij zie komen, verbaast en fascineert het me weer – een indrukwekkend schouwspel dat je niet snel vergeet.
Na de kustroute wordt het tijd om het binnenland in te rijden. Drie uur slingeren we door heuvels en open vlaktes tot we eindelijk aankomen bij onze slaapplek: The Bungalow & Ivy Leaf Chapel. We worden meteen warm onthaald door Kim, de eigenaresse, die met haar spontane lach en vriendelijke energie het gevoel geeft dat je direct thuis bent. Onze cottage ligt verscholen in een prachtige tuin waar de bloesems al volop bloeien – alsof de natuur hier alvast een feestelijke ontvangst voor ons geregeld heeft.


Na een korte rondleiding zijn we verkocht. Alles klopt: van een keuken die is gevuld met lekkers – koekjes, chocolade, kaas met toastjes en alles wat je maar nodig hebt voor een uitgebreid ontbijt – tot de veranda met schommelstoelen waar je zo uren kunt wegdromen. Het is zo’n plek waar je het gevoel hebt dat er aan werkelijk alles is gedacht.
Omdat de maag nog wat aandacht vraagt, lopen we het pittoreske stadje in. Alsof de tijd hier heeft stilgestaan; oude gevels, rustige straatjes en een sfeer die bijna nostalgisch aanvoelt. De eerste restaurants waar we binnenlopen geven weinig hoop, maar dan ontdekken we Stonefruit. Precies zo’n zaak waar we van houden – gezellig, goed eten, en dus reserveren we meteen ook voor de volgende avond.
’s Avonds zakt de temperatuur verrassend snel richting het vriespunt. Met rode neuzen steken we de open haard aan, kruipen dicht tegen de warmte en duiken daarna snel ons bed in. Een koude nacht, maar met zo’n fijne plek voelt het juist extra knus.
Bald Rock beklimmen – een groots avontuur in graniet!
Vandaag stond er iets bijzonders op het programma: de beklimming van Bald Rock, met zijn indrukwekkende hoogte van 1300 meter. Deze iconische granieten reus in het grensgebied van New South Wales en Queensland stond al een tijdje op ons lijstje – en terecht!
We kiezen de Bungoona Walk
Eenmaal aangekomen bij het startpunt van de hike konden we kiezen uit meerdere routes. We kozen voor de Bungoona Walk – een langere maar minder steile klim naar de top. Althans, dat dachten we… want pittig wás het! 😅 Maar wat een ervaring: we wandelden door een surrealistisch landschap van enorme granietformaties, gevormd door miljoenen jaren aan vulkanische activiteit. Niet voor niets heet dit gebied de Granites Area.


Onderweg moesten we flink klauteren over reusachtige rotsblokken, maar de beloning bovenaan was magisch: een adembenemend panoramisch uitzicht zo ver het oog reikt. Natuurlijk volgde een uitgebreide fotosessie – je kunt hier niet anders!




De afdaling: kort maar steil
Voor de terugweg kozen we het korte, steile pad naar beneden. Niet zonder spanning: Mario hield me regelmatig vast, want tja, ik heb zo mijn onhandige momentjes… 😉 Gelukkig kwamen we veilig beneden – een ervaring rijker en een tikkeltje vermoeid.
Wijn, pizza en een perfect einde bij Balancing Heart
Op de terugweg stopten we bij de gezellige Balancing Heart Vineyard. Te laat voor een uitgebreide proeverij, maar zeker op tijd voor een heerlijke lunch. Wijn en pizza – de perfecte afsluiter van zo’n actieve dag. Hoewel de wijngaard in augustus nog in ‘winterslaap’ is, voelde het als een levendige en sfeervolle plek. In het weekend komt het hier écht tot leven met muziek, wijn, en méér dan alleen pizza.


Onze conclusie?
De rit hierheen was lang, maar zó de moeite waard. Bald Rock was ruig, indrukwekkend en onvergetelijk – en Balancing Heart een verrukkelijke kers op de taart. Absoluut een aanrader voor wie houdt van natuur, avontuur en genieten!
Wollomombi Wonder & een Golfdag met een Gouden Randje
Elke keer als we bij een nieuwe accommodatie aankomen denken we: “Nu kan het echt niet mooier…”En toch – het kan dus wél steeds mooier, of op z’n minst verrassender en spectaculairder!
Welkom in… Wollomombi!
Na een lange rit kwamen we vandaag aan in Wollomombi. Alleen de naam al klinkt magisch! Veel van deze Australische plaatsnamen hebben trouwens iets bijzonders – waarschijnlijk afgeleid van Aboriginal-talen – en dat geeft alles nog net wat extra karakter.
Eerst nog even een stop bij onze favoriete supermarkt, de Woolworths (want de dichtstbijzijnde ligt op slechts… 45 minuten afstand 🙈). We vullen de auto met klassiekers: pastasaus & pappardelle, burgers, stirfry-vlees, een flinke berg groenten – én toegegeven, een paar ‘foute’ lekkere kazen en goede wijn. Want hé, het leven moet gevierd worden.
Wollomombi Hideaway
De route naar onze accommodatie is al een beleving op zich: een gravelpad van 1,5 kilometer, langs nieuwsgierige koeien, een paar kangaroes in de verte en felgekleurde papegaaien die langsflitsen. En dan ineens, helemaal daar: ons huisje. Een soort luxe tiny house, met alles erop en eraan: keukentje, de kookspullen waren wel een beetje vermoeid en niet helemaal schoon, knusse leef-/slaapkamer én een terras met een uitzicht waar je stil van wordt.


Geen buren, geen wifi, geen bereik – alleen wij, de natuur en de rust. Magisch.
’s Avonds eten we hamburgers met chips en groente, drinken een goed glas wijn en beseffen: wat is dit bijzonder.




De houtkachel gaat aan – want ja, het is hier ’s avonds flink fris – en in bed kijken we een gedownloade Netflix-aflevering. Meer heb je soms niet nodig.
Golfen in Armidale – en een persoonlijk hoogtepunt
De omgeving barst van de watervallen en nationale parken, maar eerlijk? We hebben even parkpauze.
Vandaag kiezen we voor iets anders: 18 holes bij de Armidale Golf Club. De baan? Nou, het is een soort knollentuin in wederopbouw na de winter – maar wat geeft het! Voor €60 totaal (inclusief golfkar, clubs, greenfees én een gratis cappuccino) lachen we alleen maar.
Het was een heerlijk rondje. En belangrijk: ik won de eerste 9 holes! Oké, de tweede helft was wat minder, maar hé – het gaat om de ervaring, toch?


En het allerbeste nieuws…
Tromgeroffel… 🥁
Ik ben geslaagd voor m’n Australische rijbewijs!
Na veel aandringen (en licht zeuren) mocht ik eindelijk eens rijden. Manlief zat met samengeknepen billen naast me. Zonder ingrepen maar toch met de nodige commentaar geslaagd! En ja, ik denk dat hij stiekem toch een beetje trots is 😉



Laatste stop voor Sydney – een dag vol hoogtepunten langs de Waterfall Way
Vandaag verlaten we onze laatste accommodatie voordat we koers zetten richting Sydney. Maar eerst wacht ons nog een prachtige route: de beroemde Waterfall Way. Deze scenic drive slingert zich door het adembenemende binnenland van New South Wales en staat garant voor urenlang genieten van watervallen, bergen en eindeloze vergezichten.


Na ongeveer een uurtje rijden maken we onze eerste, welverdiende tussenstop in het kleine plaatsje Dorrigo. Daar stuiten we op een verborgen pareltje: Components Café. Piepklein, maar zó charmant. Met een perfect geschuimde cappuccino en een versgebakken blondie koekje zijn alle ‘componenten’ aanwezig voor een topmoment. Een korte pauze, maar precies wat we nodig hadden om weer vol energie verder te gaan


De rit richting Port Macquarie is werkelijk waanzinnig. We raken niet uitgekeken op het landschap – het blijft ons verbazen hoe uitgestrekt, groen en prachtig dit land is. Elke bocht onthult weer een nieuw schilderachtig uitzicht.
Eenmaal in Port Macquarie genieten we van een snelle, maar heerlijke lunch aan het water bij Little Shack – relaxed, zonnig en precies wat je wilt op zo’n dag. Daarna doen we boodschappen bij onze favoriete supermarkt, zodat we de komende dagen op de accommodatie zelf kunnen koken en genieten van een wat rustiger tempo.




Slapen tussen de boomtoppen aan de kust – Treehouse Retreat at Diamond Waters
Zodra we het terrein van het Treehouse Retreat at Diamond Waters oprijden, voelen we het meteen: dit is weer zo’n magische plek waarvan je niet wist dat je ‘m zocht – totdat je er bent.
Het verblijf ligt verscholen tussen de wetlands, vlakbij de kust. Wetlands zijn moerasachtige natuurgebieden, vaak met een mix van water, rietvelden en bomen, die vol leven zitten. Denk aan vogels, visjes, krabben en oesters: een uniek ecosysteem én een oase van rust.


We worden hartelijk ontvangen door de enthousiaste eigenaar, die ons meteen meeneemt naar het boomhuis – en wauw, wat een plek! Een prachtig gebouwd houten huis op palen, volledig omringd door groen en van alle gemakken voorzien. Grote ramen, een sfeervol interieur en overal hoor je vogels fluiten. Alsof je midden in de natuur zweeft.
Daarna neemt hij ons mee over een smal, kronkelend pad dwars door de wetlands. Onderweg wijst hij op bijzondere planten, vertelt hij over de oesterteelt in de rivier én laat hij ons een charmant houten vogelhuisje zien – een knus plekje waar je bij zonsondergang kunt neerploffen met een glas wijn, uitkijkend over het water en de oesternetten. Pure rust.
De eigenaar blijft enthousiast vertellen; zijn liefde voor deze plek werkt aanstekelijk. Met alle tips, weetjes en verhalen zouden we hier zó twee weken kunnen blijven. Maar helaas: we hebben maar één volle dag.
Op zoek naar koala’s en koffie – een ochtend in Port Macquarie
We moeten keuzes maken vandaag, want met maar één volle dag in Port Macquarie willen we zoveel mogelijk meemaken. Gelukkig beginnen we de dag goed: met een cappuccino, gemaakt door de eigen huisbarista. Elke ochtend zet hij trouw een perfecte kop koffie voor zijn gasten en vandaag smaakt-ie extra goed.
Met de kopjes nog warm in onze handen, springen we in de auto voor een uitstapje waar we stiekem al weken naar uitkijken.
Australië staat natuurlijk bekend als hét land van de koala’s, maar tot nu toe hebben we ze nog niet in het wild gezien – en dat is eigenlijk ook niet zo gek. Door jaren van droogte, bosbranden en verlies van leefgebied zijn koala’s steeds zeldzamer geworden. Maar gelukkig is er hoop.
We bezoeken het nieuwe Guulabaa – Place of Koala, een centrum dat pas een half jaar open is en zich volledig richt op het behoud van deze iconische dieren. Hier krijgen we een bijzondere inkijk in het werk van het Koala Breeding Centre, waar met veel zorg gewerkt wordt aan het versterken van de koala-populatie.


In dit centrum worden gezonde, genetisch geselecteerde koala’s aan elkaar gekoppeld om kleine Joey’s (babykoala’s!) groot te brengen. Deze worden later uitgezet in verschillende delen van Australië om een sterke, gezonde populatie op te bouwen. Een prachtig initiatief!
We mogen helaas het fokgedeelte niet in, maar we ontmoeten wel een aantal koala’s die zijn opgevangen omdat ze gewond of ziek zijn. De vrijwilligers vertellen met zoveel passie en kennis over hun werk, dat je vanzelf ook verliefd wordt op deze pluizige dieren.


Natuurlijk verlaten we het centrum niet zonder een tas vol souvenirs voor de kids. Want wat is nou een beter aandenken dan een knuffelkoala met een mooi verhaal?
Oja voor aan het bezoek aan het koalacentrum besluiten we nog een stukje natuur mee te pakken en rijden we spontaan Dooragan National Park in. Wat een goede keuze! De weg slingert zich stijl omhoog, door dichte bossen, tot we boven op de top aankomen bij North Brother Lookout. Vanaf hier heb je een spectaculair uitzicht over de wetlands, de kustlijn én het achterland – echt zo’n plek waar je even stil van wordt.



En alsof het uitzicht nog niet indrukwekkend genoeg was, spotten we ineens iets groots langs het pad… Een reusachtige leguaan, zeker twee meter lang, schuifelt op zijn gemak de struiken in. Wat een beest! We blijven op veilige afstand natuurlijk, maar het is geweldig om zo’n indrukwekkend dier in het wild tegen te komen. Australië blijft verrassen.😦
Wijn, bubbels en liefde – een feestelijke afsluiter bij Cassegrain
Op de valreep besluiten we nog een extra stop toe te voegen aan deze volle dag: een bezoek aan de Cassegrain Winery, net buiten Port Macquarie. Mario is namelijk dol op wijn – en eerlijk gezegd spreekt het restaurant ons ook erg aan. Het voelt als de perfecte plek om onze trouwdag in stijl af te sluiten.


We starten met een kleine proeverij, begeleid door een enthousiaste medewerker die vol passie vertelt over de verschillende wijnen. En goed om te weten: wijnproeverijen zijn hier meestal gratis, iets wat wij – gewend aan Franse wijnhuizen waar je flink betaalt voor een slokje – totaal niet hadden verwacht. Wat een leuke verrassing!


Na de proeverij schuiven we aan voor de lunch, en die is werkelijk subliem. Natuurlijk beginnen we met een feestelijk glas bubbels, want het is tenslotte onze trouwdag. De sfeer, het uitzicht over de wijngaard en het verrukkelijke eten maken dit moment onvergetelijk.
We hadden dolgraag een fles (of drie) mee naar huis genomen, maar met nog een paar dagen reizen voor de boeg laten we ze wijselijk staan. Gelukkig genieten we ter plekke des te meer van alles wat het restaurant te bieden heeft.
’s Avonds, terug in ons boomhuis, houden we het simpel met wat bruschetta en een wijntje op het balkon. De zon zakt langzaam weg achter de bomen en we kijken elkaar aan met één gedachte: wat was dit een topdag.
Laatste kilometers, verse koffie en golf aan de kust
Onze roadtrip nadert zijn einde – na zo’n vier-en-een-halve week zit het avontuur er echt op. De dag begon relaxed met een verse koffie van onze host. Even bijpraten, beetje plannen, en dan weer de weg op. Het was nog een flink stuk rijden terug richting Sydney, maar alles verliep soepel. Zelfs de rijst in de achterbak hield zich koest.
Voordat we de huurauto definitief inleverden, wilden we nog iets van onze bucketlist afvinken: een middagje golfen. In Sydney ligt namelijk een soort ‘avenue’ van golfbanen – serieus, keuze te over. Omdat het online boeken niet echt meewerkte, besloten we gewoon een paar clubs persoonlijk te bezoeken.
We hadden geluk: bij The Coast Golf & Recreation Club hadden ze nog een teetime vrij. De baan ligt prachtig, pal aan de kust, met uitzicht op zee en groene heuvels. Het zag er meteen al geweldig uit, en we hadden er zin in.
Na de laatste swing van de dag brachten we de auto terug, pakten een Uber en reden naar ons hotel in Sydney: het Mantra. Lekker centraal, comfortabel, en precies goed voor onze laatste dagen hier. Aangezien we overdag alleen wat soepstengels en Parmezaanse kaas naar binnen hadden gewerkt, kregen we behoorlijk trek.
Gelukkig hadden we een goede tip meegekregen van Benjamin en Jane, onze neef en nicht, die twee jaar in Sydney hebben gewoond. Ze werkten een tijd bij restaurant Nomad, en raadden ons aan daar te gaan eten. We kenden het concept al een beetje via hun verhalen én het filiaal in Melbourne, dus onze nieuwsgierigheid was groot.




Nomad stelde niet teleur. We kozen voor het Feast-menu, zodat we lekker van alles wat konden proeven. De gerechten – modern, Mediterraan, creatief – waren stuk voor stuk heerlijk. Alles klopte: de sfeer, de smaken, de presentatie. Precies wat we leuk vinden aan uit eten gaan.
Moe maar voldaan rolden we uiteindelijk richting bed. Een dag met koffiemomenten, veilige kilometers en culinair geluk – wat wil je nog meer?
Een swing aan zee en een verrassing bij zonsondergang
Onze laatste volle dag in Sydney begon heerlijk ontspannen. Na een rustige ochtend trokken we eropuit voor een middag vol beweging en frisse lucht: golfen aan de kust. En wat voor een baan! Het was werkelijk een fantastische locatie – we speelden langs de kliffen, met uitzicht op de zee, op een baan waar elke hole een nieuw panorama bood.




We hadden een geleende golfset, maar die bleek perfect in orde. En hoewel we af en toe een bal kwijtraakten in de oceaanwind (of gewoon in het struikgewas), genoten we volop.
Voor de avond had Mario nog een verrassing in petto. Hij had weken geleden al een speciaal diner geboekt om onze trouwdag te vieren. We kleedden ons snel om en gingen op weg – ik had geen idee waar naartoe.
Het bleek het restaurant Oborozuki te zijn, en wauw… wat een plek. Luxe, stijlvol, en met een keuken die zowel Japans als Frans aanvoelt, met verfijnde smaken en prachtige presentatie. Alles klopte – het eten, de sfeer, het uitzicht op de haven.




Aan het einde van de avond kwam de bediening zelfs met een feestelijk gebakje, versierd met de tekst: Happy Anniversary – 35 Years. Oké, dat was wel een paar jaartjes te veel (we zijn 32 jaar getrouwd), maar dat maakte het alleen maar grappiger. Het gebaar was lief, en het maakte de avond extra bijzonder.


Een iconisch afscheid van Sydney
Onze laatste dag in Sydney begon vroeg. De wekker stond op tijd, want om 10:00 uur hadden we een rondleiding geboekt in het wereldberoemde Sydney Opera House. Tegelijkertijd moesten we ook uitchecken bij het hotel, dus de koffers moesten nog worden ingepakt – en zoals altijd paste alles er ineens niet meer in.
Gelukkig ontdekten we gisteren al BIG W – een soort Australische Action – waar we voor een paar dollar een extra tas scoorden. Probleem opgelost. Inpakken ging ineens een stuk makkelijker, en precies op tijd stonden we klaar bij het Opera House.
De rondleiding was echt een cadeautje. Onze gids kon fantastisch vertellen over de achtergrond en bouw van dit iconische gebouw. Wat vooral indruk maakte was het verhaal van de Deense architect Jørn Utzon, die het ontwerp in de jaren ‘50 instuurde voor een internationale wedstrijd – en tot ieders verrassing won. Zijn vooruitstrevende, bijna buitenaardse ontwerp was zó vernieuwend, dat het decennialang hét gezicht van Sydney werd. En dat is het nog steeds.




Na deze culturele ochtend genoten we van een heerlijke lunch en maakten we een ontspannen wandeling door The Rocks – de oudste wijk van Sydney. Op vrijdag en zaterdag is daar markt, dus het was er gezellig druk met kraampjes vol kunst, vintage en street food. Een leuke verrassing en absoluut de moeite waard.




Maar er stond nog één belangrijk ding op het programma: de kapper. Tja, als je straks 30 uur onderweg bent naar huis, dan is een fris kapsel geen overbodige luxe. Dus hup, nog snel even naar binnen bij een salon in de buurt, en weer helemaal opgefrist.


En zo kwam er een einde aan ons Australische avontuur. In de namiddag pakten we een taxi naar de luchthaven, waar we inmiddels zitten te wachten op onze vlucht. Straks begint de lange reis naar huis – zo’n 30 uur onderweg, met koffers vol herinneringen en harten vol mooie momenten.
Wat een reis. Wat een land. Wat een afsluiter.

Een week thuis en nog steeds nagenietend…
Inmiddels zijn we precies een week terug thuis en wat zijn we nog aan het nagenieten van deze prachtige, bijzondere reis die we nooit zullen vergeten. Mocht je je afvragen of wij dit aanraden? Absoluut! Ja, het is ver weg en het tijdsverschil maakte de eerste week wat uitdagend, maar dat wordt volledig goedgemaakt door alles wat we hebben gezien en beleefd. Deze reis is echt een paradijs voor natuurliefhebbers. Zoek je hippe hotspots, snelheid en drukte? Dan ben je hier aan het verkeerde adres.
Neem de tijd en geniet van het moment
Hier draait alles om relaxen. De mensen nemen overal de tijd en wij moesten eerst even wennen dat je soms wel 15 minuten moet wachten op een kop koffie—ha ha! Maar iedereen die we ontmoetten was ontzettend vriendelijk en behulpzaam. Natuurlijk hebben wij slechts een glimp van de bovenlaag gezien, maar we hebben nooit een nare ervaring gehad.
Over relaxed gesproken…
Het is een land zonder veel opsmuk, alles draait hier om gemak. Onze mooie, chique kleding hebben we dus geen moment nodig gehad. Elke dag gingen we heerlijk casual op pad, en eerlijk gezegd: dat beviel ons uitstekend.
Wat ons ook opviel: alles is goed georganiseerd. Waar je ook komt, in kleine en grotere plaatsen zijn openbare toiletten altijd keurig schoon, zelfs in de parken.
Onze grappige obsessie met parkeerplaatsen
Een rode draad van onze reis was onze ‘grap’ over parkeerplekken. Overal waar we kwamen, bespraken we de “amazing parking places”—onze praktische inside joke die elke dag terugkwam.
Auto, camper of caravan?
Veel mensen vragen of je deze reis met een auto moet doen, of juist met een camper of caravan. Aanvankelijk dacht ik: camper, lekker vrijheid blijheid. Maar omdat Mario dit niet zag zitten, huurden we een auto. Achteraf ben ik daar blij mee. Bij het zien van campers met stelletjes die in stoeltjes onder een luifel zitten en dan de gemeenschappelijke douche ruimtes gebruiken, was minder romantisch dan gedacht. Als je niet houdt van gedeelde faciliteiten, is een auto echt een super alternatief. Maar dit is natuurlijk heel persoonlijk.
Elke nieuwe locatie was een verrassing
Het mooiste van deze reis? Elke keer weer aankomen op een nieuwe, verrassende locatie. Een dikke pluim voor TravelEssence, die samen met ons deze reis heeft samengesteld. Omdat alles van tevoren geboekt en georganiseerd was, hebben we een totaal onbezorgde vakantie gehad. Geen zorgen over waar we naartoe zouden gaan, gewoon genieten van elk moment. We keken elke avond kort naar de plannen voor de volgende dag en lieten ons verrassen. Dit werkte voor ons perfect.
Zou je teruggaan?
Absoluut! Een deel van Perth en de westkust lijkt ons ook fantastisch. Maar er zijn zoveel mooie bestemmingen om te ontdekken. Volgend jaar misschien weer naar Italië? Wie weet!

Tanti Auguri 🎂🥂
Paar tips voor als je (vlakbij) Sunshine Beach bent:
– vanuit het plaatsje Bundaberg een bootexcursie maken naar Lady Musgrave – onbewoond eiland in het zuidelijke puntje van het Great Barrier Reef, werkelijk prachtig om rond te lopen en te snorkelen, goed georganiseerde trip!
– vanuit Rainbow Beach een bezoek brengen aan K’Gari (voormalig Fraser Island) > ik heb daar zoveel dieren gezien, waaronder Dingo’s!
– Noosa vond ik geweldig, bruisend centrum en het National Park adembenemend!
Veel plezier nog!